De Wft-module Inkomen is het onderdeel van de Nederlandse adviesopleiding waarin je leert hoe het inkomen van een huishouden overeind blijft bij arbeidsongeschiktheid, overlijden en pensionering. Wie in Nederland adviseert over zulke producten, moet kunnen aantonen dat hij daarvoor bekwaam is. Het examen laat dat zien.
Inhoudsopgave
Waar de module over gaat
De Wet op het financieel toezicht (Wft) deelt de kennis die een adviseur nodig heeft op in modules, elk met een eigen onderwerp. De module Inkomen draait om één vraag: wat gebeurt er met het inkomen van een huishouden als iemand ziek wordt, overlijdt of met pensioen gaat? Het gaat dus over de producten en regelingen die dat inkomen beschermen of aanvullen.
Daarbij kijk je eerst naar wat al geregeld is. Een adviseur kan pas zinvol over een aanvullende verzekering praten als duidelijk is wat de overheid en een werkgever al bieden. Denk aan de wettelijke vangnetten, zoals de WIA bij arbeidsongeschiktheid, de AOW bij pensionering en de Anw voor nabestaanden. Wat daarna ontbreekt, is het gat dat een product moet vullen.
Dat onderscheid tussen wat al geregeld is en wat nog ontbreekt, vormt de kern van het vak. Een werknemer met een goede collectieve regeling heeft andere vragen dan een zelfstandige zonder personeel. Een gezin met jonge kinderen kijkt anders naar overlijdensrisico dan twee mensen van tegen de zestig.
Voor wie de module bedoeld is
De opleiding wft inkomen is bedoeld voor mensen die adviseren of bemiddelen in inkomensproducten, of die dat in de toekomst willen. Dat kan een financieel adviseur zijn die zijn pakket wil uitbreiden, een assurantietussenpersoon, een medewerker bij een adviesorganisatie of iemand die net begint in de sector. Ook medewerkers die zelf niet adviseren maar klanten wel te woord staan, hebben er soms baat bij.
De module bouwt voort op de basis. Wie de basiskennis over wetgeving, zorgplicht en productkennis mist, kan de verdieping rond inkomen moeilijk plaatsen. In de praktijk volgen cursisten de basis dan ook eerst, of ze combineren beide in een traject.
Wat je leert
Je leert hoe de verschillende voorzieningen in elkaar grijpen. Je leert een inkomensanalyse opbouwen, een tekort vaststellen en daar passende oplossingen bij zoeken. Het gaat dus niet alleen om productkennis, maar ook om de redenering die tot een advies leidt en om de manier waarop dat advies wordt vastgelegd.
Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Een ondernemer vraagt hoe zijn gezin rondkomt als hij langdurig uitvalt. Een adviseur die alleen een product noemt, mist het punt. Een adviseur die eerst inventariseert welke vaste lasten er lopen, welke buffer er is en wat de ondernemer zelf kan dragen, geeft een advies dat ook over een paar jaar nog klopt.
Studeren: e-learning, klassikaal of online
Je kunt de stof op meerdere manieren leren. Een opleider als Lindenhaeghe biedt de Wft-modules aan als e-learning, klassikaal of volledig online, en laat cursisten een opleiding zelf samenstellen. Dat is handig voor wie naast een baan studeert en zijn eigen tempo wil bepalen. Wie het lastig vindt om zonder docent te leren, kiest eerder voor een groep, waar je vragen direct kunt stellen en van elkaars praktijkvoorbeelden leert.
Oefenexamens zijn een belangrijk hulpmiddel. De vragen zijn vaak casusachtig, dus alleen feiten stampen werkt zelden. Wie oefent met situaties en leert uitleggen waarom een bepaalde oplossing wel of niet past, is beter voorbereid dan iemand die alleen definities kent.
Na het examen
Het diploma is een startpunt. Producten veranderen, regels schuiven en klanten stellen andere vragen dan een paar jaar terug. Adviseurs houden hun kennis daarom bij met permanente educatie. Dat is geen vrijblijvende extra: een Wft-diploma blijft alleen geldig zolang je tijdig aan de eisen voor permanente educatie voldoet.
Twijfel je of de module bij je eigen werk past? Leg de leerstof dan naast je dagelijkse praktijk. Overlappen de vragen van je klanten met de onderwerpen in de leerstof, dan is de keuze meestal snel gemaakt.