Iedereen kent het geluid: het harde geratel van handen die door een enorme bak met LEGO graaien, op zoek naar dat ene specifieke blokje. Het is het geluid van creativiteit, maar ook van inefficiëntie. Hoe groter de collectie wordt, hoe meer tijd je kwijt bent met zoeken in plaats van bouwen.
De meeste mensen beginnen intuïtief met sorteren op kleur. Dit lijkt logisch (“het staat zo mooi”), maar ervaren bouwers weten dat dit de grootste fout is die je kunt maken. In dit artikel leggen we uit hoe je LEGO-systeem wél voor je werkt.
Inhoudsopgave
De Wetenschap: Kleur vs. Vorm
Waarom is sorteren op kleur een slecht idee? Het antwoord ligt in hoe onze hersenen werken.
Stel je hebt een bak met alleen maar rode steentjes. Je zoekt een rood 1×2 plaatje. Omdat alles rood is, valt het diepteprofiel weg. De steentjes camoufleren elkaar. Je hersenen moeten elk steentje afzonderlijk scannen om de vorm te herkennen.
Draai het nu om: Je hebt een bak met allerlei kleuren, maar alleen 1×2 plaatjes. Je zoekt een rode. Je ogen pikken de kleur rood er binnen een milliseconde uit tussen het grijs, blauw en zwart.
De regel is dus: Sorteer altijd op soort (vorm), nooit op kleur.
De 3 Fases van Sorteren
Niet elke collectie heeft hetzelfde systeem nodig. Je moet het systeem laten meegroeien met de hoeveelheid stenen.
Fase 1: De Grof-Sorteerder (Voor kinderen en beginners)
Heb je een paar kilo LEGO? Ga dan niet elk steentje apart leggen. Dat is te veel werk om op te ruimen, waardoor kinderen het niet volhouden.
Sorteer in brede categorieën:
- Stenen (Bricks)
- Platen (Plates)
- Poppetjes & Accessoires (Minifigs)
- Wielen & Auto-onderdelen
- De Rest (Overig)
Gebruik hiervoor de bekende IKEA Trofast-bakken of doorzichtige plastic schoenendozen.
Fase 2: De Geavanceerde Bouwer
Zodra je categorieën te vol raken, ga je splitsen. De bak “Stenen” verdeel je in “Standaard stenen” en “Ronde/Schuine stenen”.
Hier komen de assortimentsdozen (vakkendozen) van pas. Deze zijn ideaal voor de duizenden kleine priegelstukjes (Technic pinnetjes, bloemetjes, 1×1 studjes). De grote stukken blijven in grote bakken.
Fase 3: De ‘BrickLink’ Methode (Voor experts)
Heb je tienduizenden stenen? Dan ga je werken met ladenkastjes (zoals van het merk Raaco of Stanley). Elke lade krijgt één specifiek type onderdeel.
Tip: Label de lades niet met tekst, maar plak er met een plakbandje één exemplaar van het steentje op. Zo zie je in één oogopslag wat erin zit.
Wat doe je met complete sets?
Wil je een set (bijvoorbeeld de Millennium Falcon) later nog eens precies zo opbouwen? Gooi hem dan niet bij de grote voorraad.
Het archief-systeem:
- Breek de set volledig af.
- Doe de steentjes in ziplock-zakjes (diepvrieszakjes). Druk de lucht eruit.
- Doe het instructieboekje erbij.
- Schrijf het setnummer (bijv. 75192) op de zak met een stift.
- Berg de zakjes op in een grote plastic krat. De originele kartonnen dozen nemen te veel ruimte in en trekken zilvervisjes aan; die kun je platvouwen of weggooien.
Welk opbergsysteem werkt waarvoor?
| Soort LEGO | Beste opbergsysteem | Waarom? |
|---|---|---|
| Grote blokken | Grote lades / open bakken | Makkelijk grabbelen en snel opruimen. |
| Platen (Plates) | Verticaal stapelen in bakjes | Als je ze plat op elkaar drukt, krijg je ze nooit meer los. Zet ze rechtop. |
| Klein grut (1×1) | Vakkendozen / schroevenbakjes | Anders zakken ze naar de bodem van de grote bak. |
| Minifigures | Displayframes of vakjes | Om te voorkomen dat de printjes beschadigen. |
Er is geen “beste” manier, alleen een manier die bij jouw bouwstijl past. Maar onthoud één ding: begin nooit met sorteren op kleur, tenzij je het leuk vindt om urenlang te zoeken naar dat ene zwarte pinnetje in een bak vol zwarte stenen.